Goed
IMAGE PLACEHOLDER
Goed voorbeeld
Fout
IMAGE PLACEHOLDER
Fout voorbeeld

De verhouding tussen frame, stuur en zadel: geometrie

Of een loopfietsje aangenaam is voor je kind of niet, wordt ook bepaald door de geometrie. Dat is de verhouding tussen het frame, stuur en zadel.

Een goede geometrie werkt in het voordeel bij het leren loopfietsen en balanceren. Een fiets met een minder goede verhouding, werkt in het nadeel.

Wat een goede geometrie precies is, is erg kindgebonden. Je zal dus vooral goed moeten kijken hoe je kind op de loopfiets zit, en of er ergens iets “tegenwerkt” om comfortabel te zijn. Let voor een goede geometrie op:

A Banden/ wielmaat

IMAGE PLACEHOLDER
A — Banden / wielmaat

De bandenmaat uitgedrukt in inches. Qua bandenmaat zijn 10 inch en 12 inch het meest gangbaar.

B Cockpit /. stuurhoogte

IMAGE PLACEHOLDER
B — Cockpit / stuurhoogte

De cockpit is de ruimte tussen de punt van het zadel en de punten van de veiligheidshandvaten het dichts bij het zadel.

De cockpit moet voldoende ruimte bieden aan je kind om voorover te leunen. Voorover buigen zorgt immers voor meer balans en maakt het loopfietsen makkelijker. Je kind voelt zich met een ruime cockpit bovendien veiliger en heeft meer plezier aan het loopfietsen.

Je zal zien dat een te korte cockpit te weinig beweegruimte geeft, waardoor je kind oncomfortabel op de fiets zit en moeilijker op dreef geraakt.

C Hoek van de voorvork

IMAGE PLACEHOLDER
C — Hoek van de voorvork

De voorvork is het vorkvormige onderdeel waaraan het voorwiel bevestigd is.

De hoek van de voorvork bepaalt mee hoe wendbaar een loopfiets is. Let daarbij vooral op hoe steil die voorvork is. Een te steile hoek maakt dat je kind te veel voorover moet buigen om te loopfietsen. Dat zorgt voor extra gewicht op het voorwiel en dat maakt op zijn beurt het sturen moeilijker.

Bovendien is een fietsje met een steile voorvork minder stabiel, zeker op oneffen paden. De kans op ongelukken is dus groter.

D Lengte bovenbuis

IMAGE PLACEHOLDER
D — Lengte bovenbuis

Lengte van de bovenbuis. De afstand tussen het zadel en het stuur.

  • Is de afstand te groot: dan zit je kind voorover gebogen op de loopfiets.
  • Is de afstand te klein: dan zit je kind te dicht op het stuur en is loopfietsen een stuk lastiger.

E Wielbasis

IMAGE PLACEHOLDER
E — Wielbasis

De wielbasis is de afstand tussen de as van het voorwiel en de as van het achterwiel. Je kan ook kijken naar de afstand tussen de banden. Meet daarvoor tussen de 2 punten waar de banden de grond raken.

Loopfietsen met een langere wielbasis zijn stabieler en makkelijker om te leren loopfietsen.

F De plaats van het zadel / hoek zadelpen

IMAGE PLACEHOLDER
F — Plaats van het zadel

Bij een goede loopfiets is de afstand tussen het wiel en het zadel zo klein mogelijk. Of eenvoudig gezegd: hoe dichter het zadel bij de grond staat, hoe beter.

Laag bij de grond betekent immers ook dat het zwaartepunt lager ligt, en dat geeft stabiliteit. Zelfs heel langzaam loopfietsen wordt zo mogelijk, en dat geeft je kind het vertrouwen om verder te gaan.

Is er een relatief grote afstand tussen zadel en achterwiel? Dan is de fiets moeilijker te besturen en te balanceren.

G Minimale zadelhoogte

IMAGE PLACEHOLDER
G — Minimale zadelhoogte

De minimale zadelhoogte.

H Maximale zadelhoogte

IMAGE PLACEHOLDER
H — Maximale zadelhoogte

De maximale zadelhoogte.

I Positie voetensteun

IMAGE PLACEHOLDER
I — Positie voetensteun

Positie voetensteun. Onder of voor het zadel.